| Dit was Chrysler's officiële uitleg over de naam Plymouth:
Als product van Chrysler's techniek en vakmanschap werd Plymouth alzo genoemd vanwege de duurzaamheid en de kracht, de ruwheid en de onbeperktheid, die de eerste Amerikaanse kolonisten zo typeerde.
Die kolonisten hadden de Plymouth Colony gesticht nadat ze naar Amerika waren gekomen vanuit Engeland met de Mayflower. Walter Chrysler had een populaire naam gewild die de mensen meteen zouden herkennen. Eén van de directieleden, Joe Frazer, had de naam Plymouth voorgesteld. Het eerste embleem van het merk toonde ook de Mayflower.
Geschiedenis
Het begin
Plymouth werd in het leven geroepen door Chrysler, dat zelf in 1925 was opgericht, als het goedkope merk van het nieuwe concern. Het model van Maxwell, dat mee was opgegaan in Chrysler, werd in 1926 gefacelift en gelanceerd als goedkope Chrysler. In 1928 werd dat model weer gefacelift en dit keer uitgebracht als Plymouth. Het nieuwe merk werd geïntroduceerd op 7 juli 1928 nadat de eerste Plymouth al op 11 januari gebouwd was. Chrysler ging daarmee de concurrentie aan met
Ford en General Motors'
Chevrolet. Gedurende haar bestaan was Plymouth meestal nummer drie qua verkopen. Plymouth was iets duurder dan de concurrenten maar de auto's waren meestal beter uitgerust met innoverende zaken zoals hydraulische remmen.
De Grote Depressie
Een paar jaar na de introductie van Plymouth werden begon de Grote Depressie. In die periode van economische rampspoed wonnen goedkope auto's veel aan populariteit en werd Plymouth een belangrijk merk voor
Chrysler. Plymouth was ook één van de weinige Amerikaanse automerken die tijdens die periode haar verkopen zag stijgen. Samen met
Dodge zorgde Plymouth ervoor dat Chrysler de jaren 1930 doorkwam. Met DeSoto en Chrysler zelf ging het toen immers allesbehalve goed. Het was ook in 1931 al dat Plymouth de nummer drie op de Amerikaanse markt werd. In de jaren 1940 werd het merk zelfs even de nummer twee.
Na de tijdens dewelke Plymouth's productie enkele jaren had stilgelegen, groeide de economie explosief en ontstond een enorme vraag naar auto's. Chrysler's autodivisies waren in wanbeheer geraakt waarbij de merken niet alleen met andere autobouwers concurreerden maar ook met elkaar. Daarnaast waren alle modellen van het vooroorlogse verouderde type. Het was enkel dankzij de grote vraag dat Chrysler het einde van de jaren 1940 overleefde.
Na de Tweede Wereldoorlog, maar ook tijdens de Koreaanse Oorlog begin jaren 1950, bleven grondstoffen schaars. Om staal te sparen werd minder plaatstaal gebruikt om een Plymouth te bouwen. Dit gold ook voor Chrysler andere merken. Chrysler's raad van bestuur besliste ook dat Plymouth's productie het eerst halt zou houden wanneer de grondstoffen te schaars werden. Desondanks alle problemen bleef Plymouth de derde grootste in de VS, op de hielen gezeten door
Buick.
Toen de Koreaanse Oorlog in 1953 eindigde aan de onderhandelingstafel kwam er ook een einde aan het schaarsteprobleem. Ford wilde opnieuw de grootste autobouwer van de VS worden en begon een prijzenoorlog. Toenmalig nummer één
Chevrolet volgde. Om mee te kunnen volgen, moest Plymouth meer gaan produceren. De fabrieken draaiden op overcapaciteit met zo'n 20.000 exemplaren per week. Ford bouwde ter vergelijking 26.000 stuks per week, en Chevrolet 37.500. Die overproductie ging echter ten koste van de kwaliteit.
bron : Wikipedia
|