Bussen worden ook gebruikt om passagiers te vervoeren tussen een vliegtuig en het terminalgebouw. Dit is nodig omdat de afstand soms net iets te ver is om te lopen, en bovendien omdat men wil vermijden dat passagiers over het platform gaan zwerven. Op de grootste luchthavens lopen de passagiers tegenwoordig meestal door een vliegtuigslurf, maar ook daar wordt nog vaak een bus gebruikt, soms alleen in noodgevallen.
Het gaat hier om vervoer van een groot aantal personen over een vrij korte afstand (ongeveer een kilometer). Vanwege de afstand zijn zitplaatsen nauwelijks nodig. Deze bussen hebben dan ook maar weinig zitplaatsen,
een lage
dagwaarde , waardoor de capaciteit hoger is en het in- en uitstappen sneller gaat. Opmerkelijk is dat de bussen vaak veel breder zijn dan gewone bussen. Dat kan omdat de bussen niet op de openbare weg komen.
Er bestaan vliegtuigbussen waarvan het passagierscompartiment omhoog kan worden gevijzeld zodat het direct tegen het vliegtuig kan worden gezet. Er is dan geen vliegtuigtrap meer nodig om de passagiers te laten instappen.