goedkope autobus verzekering


» goedkope autobus verzekering

» online berekenen

» en direct afsluiten

» 14 dagen bedenktijd
autoverzekering
afsluiten autoverzekering

goedkope autobus autoverzekering

Voor de komst van de autobus geschiedde openbaar vervoer met een omnibus, die door paarden getrokken werd. Het woord "omnibus" betekent "voor iedereen".
Toen de paarden door een motor vervangen werden, ontstond de automobielomnibus, samengetrokken tot autobus, of kortweg bus. Voor het besturen is een speciaal rijbewijs nodig: D of DE, afhankelijk of er met een aanhanger wordt gereden.
Sinds 1 oktober 2003 is het chauffeursdiploma op een bus verplicht. Bussen worden vaak gebruikt voor het verrichten van openbaar vervoer en verder als touringcar voor vervoer over grote afstanden.

Autoverzekeraar.nl

Bel onze adviseurs

0223 - 62 74 23

ma. t/m vr. 08.30 - 17.00

Een stadsbus is een bus geschikt voor personenvervoer binnen een stad of binnen een stedelijke agglomeratie. Een stadsbus heeft altijd een automatische transmissie, brede in- en uitstapdeuren en veel staanplaatsen. Vandaag de dag worden stadsbussen steeds vaker voorzien van een lage vloer (350 mm) die soms bij de haltes nog verlaagd wordt (knielbus). Stadsbussen komen voor in verschillende lengtes: de midibus (9-12 meter), standaard (12 meter), stretched (15 meter, 3 assen waarvan 1 sleepas ) en de gelede bussen (18 meter, 3 assen). In sommige steden, waaronder Arnhem en (tot voor kort) Gent rijden elektrische stadsbussen (trolleybussen). In een aantal landen, met name in het Verenigd Koninkrijk, worden ook dubbeldeksbussen ingezet voor stadsvervoer. In Utrecht rijden stadsbussen van 25 meter lang (dubbelgeleed, 4 assen). De standaard stadsbus in Nederland werd sinds de jaren zestig (donker)rood geschilderd. Tegenwoordig heeft iedere stad weer zijn eigen kleuren. Ook in Frankrijk bepalen de grote steden zelf de kleuren van hun stadsbussen.
De ingezette bussen zijn meestal touringcars of andere comfortabele bussen. In Nederland bestond tot voor kort een nationaal systeem van langeafstandsbussen: de Interliner. Dit systeem is echter uit elkaar gevallen, onder meer door de privatisering van de OV-bedrijven en de introductie van de Q-liner van Arriva. Bij versterkingsritten in de spitsuren worden vaak toerbussen ingezet. In sommige landen, waaronder Groot-Brittannië, bestaan er meerdere particuliere bedrijven die voor eigen risico langeafstandsbussen (National Express) exploiteren. Deze bussen concurreren veelal met de spoorwegen, in plaats van het spoorwegnet aan te vullen, zoals bij de Interliner het geval is. Deze bussen zijn soms 15 meter lang (in plaats van de voor andere bussen gebruikelijke 12 meter), en voorzien van 44 zitplaatsen. Bij de achteras is dan een extra as bijgeplaatst (sleepas) om het draagvermogen per wiel binnen de wettelijke grenzen te houden. Deze zgn. derde as welke bij bochten meesturend is, wordt bij een snelheid van 20 km/u of meer weer geblokkeerd om de stabiliteit van de bus bij hogere snelheden te waarborgen.
Bussen worden ook gebruikt om passagiers te vervoeren tussen een vliegtuig en het terminalgebouw. Dit is nodig omdat de afstand soms net iets te ver is om te lopen, en bovendien omdat men wil vermijden dat passagiers over het platform gaan zwerven. Op de grootste luchthavens lopen de passagiers tegenwoordig meestal door een vliegtuigslurf, maar ook daar wordt nog vaak een bus gebruikt, soms alleen in noodgevallen. Het gaat hier om vervoer van een groot aantal personen over een vrij korte afstand (ongeveer een kilometer). Vanwege de afstand zijn zitplaatsen nauwelijks nodig. Deze bussen hebben dan ook maar weinig zitplaatsen, een lage dagwaarde , waardoor de capaciteit hoger is en het in- en uitstappen sneller gaat. Opmerkelijk is dat de bussen vaak veel breder zijn dan gewone bussen. Dat kan omdat de bussen niet op de openbare weg komen. Er bestaan vliegtuigbussen waarvan het passagierscompartiment omhoog kan worden gevijzeld zodat het direct tegen het vliegtuig kan worden gezet. Er is dan geen vliegtuigtrap meer nodig om de passagiers te laten instappen.
In Engeland komen van oudsher veel dubbeldeksbussen voor als stadsbus. Vooral de rode bussen in Londen zijn erg bekend. Het beroemde type "AEC Routemaster" met open achterbalkon en conducteur is eind 2005 buiten dienst gesteld. Tegenwoordig zijn er alleen nog dubbeldekkers met eenmansbediening en voorinstap. De oudste dubbeldekkers waren gewone bussen, waarbij ook op het dak kon worden meegereden. Later werd het dak overdekt en ontstond de dubbeldekker zoals we die nu kennen. De twee verdiepingen worden nog steeds aangeduid met "inside" en "on top". Dubbeldeksbussen met een open bovenverdieping bestaan nog steeds: ze worden in veel steden gebruikt voor toeristische rondritten. Ook in andere grote wereldsteden, zoals Berlijn, Dublin en Hongkong zijn dubbeldekkers aan te treffen. In het besloten vervoer worden ook wel dubbeldeks touringcars ingezet; deze bussen zijn echter op de benedenverdieping maar voor de helft geschikt voor reizigers, de rest is bagageruimte.