|
motorverzekering berekenen
Motoren voor op de openbare weg
Scooters & Motorscooters
Meest bekende voorbeeld: Yamaha Aerox, Suzuki Burgman
Scooters zijn brom- of motorfietsen met kleinere wielen en een ander frame
dan de gewone motorfiets. De berijder is beter beschermd tegen slechte
weersomstandigheden. De motorscooter is een nieuwe opkomende trend, dit zijn
scooters met een grotere cilinderinhoud (meer dan 50 cc). De gewone scooter
wordt vooral gewaardeerd door de jeugd en is razend populair in de zuidelijke
landen (b.v. in Italië, de Vespa) waar er zelfs een hele cultuur rond
ontstaan is.
Choppers & customs
De geschiedenis van de chopper is na de Tweede Wereldoorlog begonnen door de
piloot Irl Baldwin en enkele van zijn bemanningsleden die met hun Boeing B17
bommenwerper van het 303 Bomber Command "The Hell's Angels" laagvliegend
bombardementen tot diep in nazi-Duitsland uitvoerden. Na jaren van oorlog,
spanning en doodsverachting konden ze na de oorlog hun draai in de maatschappij
niet vinden. In 1948 richtten deze en andere andere US Airforce vliegers en
bemanningsleden de thans bekende motorclub de Hells Angels op, genoemd naar het
squadron waar ze in vlogen. Omdat het budget niet al te hoog was werd er als
motor meestal gekozen voor oude, afgedankte en in de legerdump verkochte motoren
van het Amerikaanse leger. Meestal waren dit motoren van het merk
Harley-Davidson. Ze sloopten alles er af wat niet voor het rijden nodig was.
Hier komt de term chopper (to chop: hakken, afhakken, slopen) vandaan. De
motoren werden in de loop van de tijd door de berijders naar eigen wens en smaak
aangepast, maar waren meestal wel sober van uiterlijk. Doordat de Hells Angels
lange tijd op deze ex-legermotoren rondreden is het merk Harley Davidson
synoniem geworden voor choppers en chopperbouw. Het is nog steeds het enige merk
dat complete nieuwe motorblokken van verschillende types aanbiedt ten behoeve
van de chopperbouw. De term en het concept van de chopper is een uitvinding van
de Hells Angels en deze twee zijn dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Door de decennia heen zijn er verschillende stijlen van chopperbouw ontstaan.
Een bekende stijl is de bobber.
De bobber is een kale motor, van oorsprong ook weer een ex-US army Harley
Davidson die voor de racerij werd gebruikt. In Amerika werd dit 'dirt track' of
'oval-racing' genoemd en het is enigszins te vergelijken met het grasbaanracen
in Europa. Echter in die tijd bestonden de crossmotoren die speciaal voor dit
doel worden gebouwd nog niet. De coureur bouwde doorgaans zijn eigen motorfiets,
meestal op basis van de goedkoop en gemakkelijk verkrijgbare legermotor die
robuuster en motorisch deugdelijker van bouw was dan de civiele versie.
Later kwam er een stroming op gang die deze racemotoren weer aanpaste voor
gebruik op de openbare weg, maar wel zodanig dat de racemotor er nog duidelijk
in herkenbaar was. Dit betekende geen luxe en minimale verlichting. Voor wie
oude foto's of films van deze races heeft gezien is de racerij ook nog duidelijk
in de bobber stijl te herkennen. Ovale rij-nummerplaten op een bobber of een
groot rugnummer op een leren jas misstaan dus ook niet.
Een wildere, meer verfraaide en uitbundiger stijl van chopperbouw werd
geïntroduceerd in het begin van de zestiger jaren, het begin van het
hippietijdperk. Deze zogenaamde 'easy riders' werden beroemd en gewild door de
gelijknamige speelfilm. De film, 'Easy Rider', met Peter Fonda en Jack Nicholson
alsmede deze stijl van chopperbouw zijn een ware cultus geworden.
Veel mensen verwarren de chopper met de standaard fabrieks-chopper, die
echter meer een cruiser is. Een chopper hoeft ook niet per se een Harley
Davidson als basis te hebben. Wel is een V-twin motorblok zoals hieronder
beschreven een klassieker geworden. Er bestaan ook stijlen die op de klassieke
Engelse staande 1- en 2-cilinder motoren zijn gebouwd. Feitelijk kan elke motor
als basis voor een chopper worden gebruikt mits de oorspronkelijke door de Hells
Angels bedachte stijl wordt aangehouden om van een chopper te kunnen spreken:
sober en kaal: wat niet nodig is, zit er niet op.
Meest bekende voorbeeld: Harley-Davidson, Honda Shadow.
Choppers zijn vaak zwaardere motorfietsen, met in de meest bekende modellen een
dwarsgeplaatste tweecilinder V-motor, soms met een hoog stuur ('ape hanger') en
meestal met een lage zit waarbij de benen naar voren steken. Ze dienen vaak als
basis voor een 'Custom': een door de eigenaar met liefde omgebouwde,
gemodificeerde en opgetutte motor die vooral ten doel heeft ermee gezien te
worden. ("Cruisen" = ter ontspanning op het gemak rondrijden, niet per se met de
bedoeling een specifieke verplaatsing te maken). Ze zijn daarom ook eerder
bedoeld voor een bezadigder publiek dat zeker niet enkel op prestaties uit is,
maar eerder het uiterlijk van de motor (die dan ook vaak uitgerust wordt met
accessoires) en het genot van het motorrijden apprecieert. Dit type motor is
vooral bekend geworden door de cultfilm Easy Rider. Een chopper is van oorsprong
een "uitgeklede" (van het Engelse "to chop") motorfiets, die dus van al het
overbodige werd ontdaan; een custom is een "op maat" of beter "op smaak"
gebrachte fiets.
Dit type motor wordt veel bereden door Hells Angels en aanverwante groepen.
Deze vormen sterk gesloten clubs van fanatieke motorrijders die nagenoeg
uitsluitend op Harley-Davidsons rijden en die de motorwereld lang een slechte
reputatie gegeven hebben om tal van redenen.
Naked Bikes
Meest bekende voorbeelden: Kawasaki Zephyr 550, Z1000, Ducati Monster,
Suzuki Bandit, KTM Super duke(recent), Aprilia Tuono, Honda CB-reeks.
Naked bikes zijn sportieve motoren waar de rijder geen bescherming heeft
tegen rijwind en regen door het ontbreken van een stroomlijnkuip of andere
accessoires. Deze motoren hebben meestal een stoer uiterlijk en het motorblok
zelf is goed zichtbaar. De naked bike (naakte motor) is bedoeld om met een
moderne motor toch weer terug te grijpen naar oude tijden waarin de motorfiets
nog geen stroomlijnkuipen, motorblok beschermplaten en dergelijke kende.
Op de dag van vandaag zijn vele naked bikes direct afgeleid van de supersport
motoren van hetzelfde merk, maar niet allemaal. Ze delen meestal hetzelfde
frame, veerelementen en motorblok. Het betreft dan een teruggetunede versie van
het supersport motorblok die wat minder topvermogen bezit en wat meer pit heeft
in de lagere toeren; dit verhoogt ook het rijcomfort voor op de openbare weg. De
motorfiets heeft dan ook geen clip-ons maar een hoger stuur voor een
betere ergonomie. Sommige naked bikes hoeven echter niet veel onder te doen voor
de supersport motoren. Ze kunnen bijna even snel een bocht nemen en hun
motorblok vlakt schakelfoutjes van de rijder uit door de soepelere
vermogensafgifte.
Streetfighters
De streetfighter is ontstaan uit meestal illegale straatraces zoals die de
laatste jaren met auto's weer in populariteit toenemen. Met dit verschil dat de
streetfightercoureurs openbare snelwegen en klaverbladen als circuit nemen,
gewoon tussen het gewone verkeer door. Racen is duur en gevaarlijk: het gebeurt
dan ook regelmatig dat een motorrijder onderuit gaat. De rijder komt er meestal
wel goed van af, maar de motor heeft grote schade aan de stroomlijnkuip. Omdat
deze kuipen erg duur zijn werden ze weer herbouwd zonder kuip. Hieruit is een
stijl van motorenbouw ontstaan die de laatste paar jaar erg populair is.
Streetfighters hebben als basis dan ook een racemotor voor op de openbare weg,
de supersportklasse genaamd. Het kunnen echter ook andere motoren zijn, als deze
standaard maar een behoorlijke prestatie, niet alleen in vermogen, maar ook in
wegligging heeft.
Worden choppers vaak in het rijwielgedeelte verlengd, bij streetfighters gaat
het net andersom en worden meestal in het rijwielgedeelte verkort. Dit wordt
meestal gedaan door een steilere balhoofdhoek te maken waardoor de vork net iets
meer rechtop komt te staan. Het resultaat is een motor die zeer scherp stuurt
waardoor een buitengewoon goede wegligging in combinatie met een grote
wendbaarheid mogelijk is. Dit verkorten, al spreken we over slechts enkele
centimeters, geeft de motor een agressief uiterlijk. meestal wordt dat nog
versterkt door minimale koplampen in een zeer klein stuurkuipje. Omdat het
motorblok en de bedieningselementen goed zichtbaar zijn worden de motoren vaak
opgebouwd met in het oog springende details zoals schroeven en bouten in kleur,
verchroomde onderdelen en veel roestvast staal om bougiekabels en remleidingen.
De markt is sinds ongeveer 2000/2001 begonnen met op deze rage in te springen
met de Oostenrijkse KTM Duke en de Italiaanse Ducati Monster, de namen zeggen al
iets over hun uiterlijk en kunnen. Omdat streetfighters puur op prestatie worden
gebouwd, en dan ook nog optimaal prestaties bij hoge snelheid waarbij hoge eisen
aan remmend vermogen en wendbaarheid worden gesteld, zijn het geen goedkope
motoren om te bouwen. Het motorblok wordt vaak ook flink opgevoerd. Ook vering,
banden en daarmee de velgen, sturen en uitlaatsystemen worden flink onder handen
genomen.
In Nederland sluimert het Streetfightergebeuren nog in een relatief
sluimerend bestaan. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland waar dit
toch een zeer nadrukkelijke groep is binnen de groep motorrijders. Voor
Nederland is er nu een speciale landelijke website opgezet die tracht hier meer
leven in te blazen: XtremeBikz
Touring
Meest bekende voorbeelden: Honda Pan European/Goldwing/VFR, Harley's
ElectraGlide, BMW,Yamaha FJR.
Deze motoren zijn slechts met één doel voor ogen ontworpen, zo lang mogelijke
reizen kunnen maken op een zo comfortabel mogelijke manier. Gemakkelijke zit,
fiks vermogen, goed uit de wind, voldoende brandstofvoorraad en redelijke
bagageruimte. Zie ook: toermotorfiets
Sport en SuperSport
Meest bekende voorbeelden: Ducati 1098, Suzuki 750/1000 GSX-R, Honda CBR 1000
RR, Honda 600 RR, Kawasaki ZZR100, Kawasaki ZZR600, Yamaha R1 en Yamaha R6.
De SuperSport is bedoeld voor mensen die een machine met fikse prestaties
willen hebben, dit gaat wel ten kosten van het comfort. Dergelijke motorfietsen
zijn hierdoor over het algemeen niet geschikt voor dagelijks (woon-werk)
gebruik. Dit zijn de meest sportieve motorfietsen, hier telt alleen de
beschikbaarheid van veel motorvermogen, een zo laag mogelijk gewicht,
uitstekende stuureigenschappen en een gestroomlijnd uiterlijk. Deze motorfietsen
zijn meestal directe afgeleiden van de motorfietsen die tijdens de competities
worden gebruikt en hebben dan ook vaak dezelfde kleurstelling. Dit type
motorfiets met volle kuip en racezitje is in Nederland het meest verkochte model
motor. De supersport is dan ook te vergelijken met de enduro, een sportmotor met
kenteken zodat hij op de openbare weg kan worden gebruikt. Het grote verschil is
dat de enduro feitelijk een crossmotor en de supersport/superbike feitelijk een
racemotor met kenteken is.
Er wordt geracet met SuperSport motoren in de SuperSport 600 en SuperBike
klasse.
Sportmotoren voor asfalt en verhard terrein
GP Racing
KTM 125 cc wegrace-machine
|
Ilmor X3 800 cc MotoGP-motor
|
Racemotoren zijn ontworpen voor het circuit. Elke vorm van comfort is hun
volkomen vreemd en alles draait om een zo laag mogelijk gewicht, zo goed
mogelijk sturen, zo goed mogelijke wegligging, zo hoog mogelijke topsnelheid en
die dan ook zo snel mogelijk kunnen bereiken, maar zeker ook een zeer korte
remweg. Verder is de luchtweerstand een belangrijke factor. Dit is te zien aan
hun uiterlijk met de opvallende volle kuip die rondom de gehele motor zit. Deze
kuipen worden in windtunnels getest. De motoren zijn vaak zover opgevoerd dat ze
na een seizoen racen volkomen versleten zijn. Het model van deze machine vindt
men op straat weer terug in de Sport en SuperSport klasse en deze blijken zeer
gewild te zijn.
Er zijn tijdens een Grand-prix weekend 3 verschillende klassen die voor het
wereldkampioenschap tellen: de 125cc, de 250cc en de Motogp. Deze klassen zijn
ingedeeld naar de cilinderinhoud van de motor. De 125cc is 125cm3 (vaak een
1-cilinder motorfiets), de 250cc is 250 cm3 inhoud (2-cilinder). Deze motoren
werken d.m.v. het 2-taktprincipe. De motogp had aaadfiznkelijk 990 cm3 inhoud en
werkt volgens het 4-taktprincipe. In het seizoen 2007 werd de cilinderinhoud
teruggebracht naar 800 cc. Deze motoren hebben vaak 4 of 5 cilinders. Tot 2002
heette deze klasse de 500cc en werkte ook volgens het 2-takt principe en hadden
500 cm3 inhoud, vaak waren dit 4-cilinder motorfietsen.
Enkele bekende namen uit het verleden en heden zijn Giacomo Agostini, Phil
Read, Kevin Schwantz, Mick Doohan en Valentino Rossi.
Dragracing
Dragrace-motor uit de Ultimate Streetbike Klasse (USB). De machine uit
1977 leverde aaadfiznkelijk ca. 90 pk, in 2005 (geschat) 220 pk.(foto: Xavier
Rincker)
|
Een motorfiets die zo gespecialiseerd is, dat het eigenlijk geen motorfiets
meer is. Maar omdat zijn bediening sterk gelijkt op die van de gewone
straatmotor, valt hij toch onder de motorfietsen. Deze motor kan in
tegenstelling met de GP-racer, crossmotor en trialmotor nooit op de openbare weg
rijden, al is het maar omdat zijn brandstof niet aan de pomp verkrijgbaar is.
Een motorfiets die maar één ding kan, en dat is rechtdoor rijden.
Is dat alles?
Ja, maar hij kan dat hard, heel erg hard. Zo hard dat hij alleen van een
straaljager nog concurrentie heeft: de dragracer.
Een dragracer heeft niet veel gemeen met een gewone motor. De vergelijking
houdt bij de bediening en het motorblok op. Alhoewel? Het motorblok mag dan
meestal afkomstig zijn van een supersport motor, het is zo ver opgevoerd dat
alleen de buitenkant er nog hetzelfde uitziet. Met zijn grote luchtinlaten,
extreme carburateurs en turboladers zou het blok nooit weer terug in het frame
passen van de motor waar hij eigenlijk in thuis hoort. Heeft het blok standaard
140 pk, in de dragracing halen ze er ruim 250 pk uit, soms nog meer.
En dat uit hetzelfde motorblok.
Dragracing, in Nederland ook wel sprint genoemd, is niet uitsluitend voor de
speedfreaks en andere snelheidsmaniakken, het is ook een hemel voor de
techneuten. Het is beslist niet gemakkelijk om een willekeurig motorblok uit een
standaard motorfiets bijna 100% meer vermogen te geven. En dat is nodig om de
400 meter zo snel mogelijk af te leggen, het liefst net even sneller dan je
concurrent. Dragracers worden gebouwd met de precisie van een hartchirurg in een
werkplaats zo schoon als een ziekenhuis. Bij deze vermogens, deze hoge
toerentallen en de warmte die daarbij vrijkomt is de minste mechanische fout
fataal. Of het motorblok presteert niet goed, of tijdens de run blaast hij op.
Kortom: dragracing is een vak van extreme techniek.
Zuigers worden in de zijwand doorboord met kleine gaatjes om hem voldoende
smering te geven, niet zoals wel eens wordt gedacht om hem lichter te maken. De
hitte bij zoveel vermogen is zo groot dat de zuiger verder uitzet dan bij
normaal gebruik. Dit wordt opgelost door de zuiger kleiner te houden dan wat
normaal is voor die cilinder. Vandaar dat een dragracer goed warm moet lopen om
een optimale prestatie te leveren. En dat is belangrijk in een sport waar je kan
winnen of verliezen in minder dan een honderdste van een seconde.
Grotere kleppen en daarmee grotere klepzittingen worden gemonteerd. De in- en
uitlaatkanalen worden fors groter gemaakt. Enorme carburateurs om maar voldoende
lucht te kunnen leveren, lucht die dan ook nog eens wordt samengeperst en met
grote kracht in de cilinders wordt geblazen door een turbolader of blower. En
natuurlijk een uitgebalanceerd uitlaatsysteem om de motor in de juiste balans te
houden. De druk in de cilinders is enorm, zo hoog zelfs dat benzine spontaan tot
ontbranding komt nog voordat de zuiger in de ideale positie komt. Dit betekent
dat benzine niet langer meer kan voldoen. Ook levert benzine niet genoeg kracht
voor dragracing. Er moeten nog krachtiger explosies in de cilinders
plaatsvinden. Bij dragracing worden dan ook brandstoffen als alcohol en
nitroglycerine gebruikt, vaak in combinatie met lachgas voor nog een stoot extra
vermogen. Gevaarlijke goedjes waarvan sommige (nitro) bij stevig schudden al
spontaan ontploffen. De brandstof wordt vaak ingespoten op het juiste moment.
Motoren waarbij we spreken over niet tientallen maar honderden pk's vergen
ook veel van de constructie. Wat heb je aan een motor die dubbelvouwt als je gas
geeft? Een dragracer zit dus ook niet in een standaard frame, zelfs niet in een
versterkt frame. Het frame wordt speciaal gebouwd om zo licht en zo sterk
mogelijk te zijn, maar ook om zo laag mogelijk bij de grond te zijn. Hoe
platter, hoe lager de luchtweerstand, hoe sneller de motor.
Een smalle band aan de voorkant, net genoeg om de machine tijdens de run
recht te houden, en een buitengewoon brede achterband, nauwkeurig uitgezocht om
precies bij het vermogen van de motor te passen. Te breed is ook niet goed, dat
levert weer meer rolweerstand op; de band moet precies breed genoeg zijn dat de
motor zijn vermogen optimaal naar het asfalt kan overbrengen. Dit hele verhaal
wordt samen met de coureur als één passend geheel gemaakt. De coureur gaat op in
de lijnen van de motor en ligt op zijn buik verborgen achter de stroomlijnkuip.
Dragracing is een sport waar over het kleinste moertje serieus wordt
nagedacht. Een piepkleine vergissing en een hele winter sleutelen is voor niets
geweest. Waarom? Omdat je tegenstander net 0,0007 seconde sneller was. In het
begin scheurden ze met de Willempie helm op over de baan, de lange leren overjas
flapperde achter hun aan en werkte als een enorme remparachute, maar dat wist
men toen nog niet. Snelheden van dik in de 70 kilometer per uur, het was
onverantwoordelijk met hun opgevoerde monsters van 15 pk. Tot iemand eens zonder
jas reed en met een dikke voorsprong van 10 seconden won. Dragracing ging toen
om seconden verschil met snelheden waar de hazewindhond van één van de coureurs
geen probleem mee had. Die vond het wel leuk, baasje ging nu ook eens hard, wel
niet zo hard als hij, maar toch, het begin was er, vond de jonge greyhound. We
zitten ergens vlak na de Eerste Wereldoorlog. Met de ontwikkeling van de
luchtvaart werd ook het belang van stroomlijn ingezien. Dat bleef niet
onopgemerkt in de dragracing. Ook de nieuwe sterke en lichtere materialen die de
luchtvaart nodig had, bleven niet onopgemerkt. Naarmate men zich in een strak
leren pak hees en de lighouding had ontdekt, en de stroomlijn werd toegepast,
kwamen de tijden steeds dichter bij elkaar te liggen. Ze zochten het in de
techniek.
Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er meer cilinders op motorfietsen, stalen
cilinders werden lichtere aluminium cilinders, twee kleppen werden vier kleppen
per cilinder. Fabrikanten zagen in dat deze sport de ideale sport was om hun
motoren met nieuwe materialen en technieken uit te testen in extreme
omstandigheden zodat ze later een productie motorfiets van betere kwaliteit
konden aanbieden op de markt. De sponsoring was geboren. Tot we in de tijd van
nu komen. Turboladers, teflon proppen tussen de cilinder en de zuiger voor
minimale weerstand en voldoende koeling en smering, speciale uitlaten en kleppen
waren niet meer genoeg. De computer kwam er aan te pas. Niet alleen om ideale
stroomlijnkappen en airflows in de cilinders te berekenen, nee,
computergestuurde brandstof injectie en ontsteking voor het optimale resultaat.
De techniek in de dragracing is nu zover en zo geavanceerd dat het
(voorlopig?) niet beter meer kan, totdat er weer iets nieuws wordt uitgevonden.
Tot die tijd met runs die op honderdsten van een seconde worden uitgevochten
begint de race niet aan de startlijn, maar al op de tekentafel waar de eerste
lijn van de nieuwe dragrace motor wordt gezet. Het is feitelijk niet meer wie
het snelst is, maar wie een klein foutje maakt bij deze ruimtevaartachtig
geavanceerde motoren.
Uphill
De bedoeling van een uphill race is om de top van een steile (berg)helling te
bereiken, of toch zo hoog mogelijk te komen. De hiervoor gebruikte motorfietsen
lijken dan ook grotendeels op een goede crossmotor, met als belangrijkste
verschil dat de achtervork veel langer werd gemaakt, met als gevolg dat het
zwaartepunt helemaal vooraan nabij het balhoofd komt te liggen, zeker als de
berijder ver voorover hangt, waardoor de kans om achterover te kantelen sterk
verkleint.
Speedway
Supermotard
Super Motard is een opkomende sport in de motor wereld. Er wordt geraced met
omgebouwde één cilinder cross motoren op de wat kleinere circuits. Meestal op
asfalt maar vaak zijn er ook onverharde stukken en kleine schansen op het
circuit te vinden.
Super Motards (ook wel Super Moto genoemd) onderscheiden zich van
crossmotoren door de bredere velgen met straatbanden. Het voorwiel is ook
stukken kleiner, meestal zo'n 17 inch ipv de 21 inch bij crossmotoren. Bovendien
zitten er op Super Motards veel grotere remschijven omdat er meestal op asfalt
geracet wordt.
De race style van Super Motards is het best te omschrijven als een kruising
van motorcross en Super Sport. Vooral het driften in de bochten is zeer
kenmerkend voor de Super Motard.
Sportmotoren voor onverhard terrein
Ook wel all-road motoren genoemd. Zie hiervoor bijvoorbeeld de BMW GS club:[1]
Trial
Meest bekende merken: GasGas en Montesa, een Spaans merk. Ook Honda en andere
Japanse merken spreken een aardig woordje mee. Enkele decennia geleden waren het
voornamelijk Britse eencilinders die de dienst uitmaakten. Deze motorfietsen
zijn speciaal ontworpen voor de trialsport. Hier is het de bedoeling een
hindernissenparcours af te leggen zonder met de voeten aan de grond te komen.
Deze hindernissen kunnen indrukwekkende, meer dan manshoge voorwerpen zijn zoals
kolossale boomstammen, rotsblokken, vrachtwagens, stapels pallets en nog veel
meer. Trialmotoren zijn in staat om korte tijd tegen loodrechte muren omhoog te
rijden. De draaicirkel is zo klein dat de motor om zijn eigen achteras heen kan
rijden zonder dat het achterwiel van zijn plaats komt. De motor kenmerkt zich
door zijn minimale ontwerp welke in het midden diep doorzakt terwijl hij zeer
hoog op zijn poten staat. Zo is er nauwelijks sprake van een zadel en lijkt het
vooral een motorblokje op wielen te zijn. Het benzinetankje heeft vaak maar een
inhoud van 1 of 1.5 liter, ruim voldoende voor een complete wedstrijd.
Veel vermogen hebben de motoren niet, 17 pk is al heel veel. Maar alles
draait hierbij om een zeer groot koppel die de motor erg sterk maakt. Ook moet
een trialmotor zeer goed stationair kunnen lopen en blijven lopen. Het zijn ook
geen zware motoren en meestal tweetakt motoren. De cilinderinhoud is verdeeld in
50 en 80 cc voor de jeugd en 125, 250 of 350 cc voor volwassenen. Wedstrijden
worden niet per cilinderinhoud gereden zoals bij motorracen en motorcross heel
gewoon is. Sommige merken kunnen dus ook 300 cc hebben of 280 cc. Een trialmotor
boven de 350 cc is vrij zeldzaam. In de praktijk blijkt dat ze dan al snel te
zwaar en te sterk worden waardoor de kracht van de motor niet meer goed te
doseren is, een heel belangrijk punt in de trialsport.
Trial is pure acrobatiek en bepaald niet eenvoudig. De rijder dient over een
zeer goed evenwichtsgevoel te beschikken of deze na jaren van training aan te
leren. Iemand die de motor goed beheerst kan vanaf de begane grond recht tegen
de muur omhoog zijn motor op het balkon van de eerste verdieping parkeren, of op
het dak van uw schuurtje. De vering is zo geavanceerd dat u er met het zelfde
gemak er weer vanaf kan springen zonder de minste risico op blauwe plekken onder
uw voetzolen. Kortom, de ideale filemotor, komt u er niet omheen, dan gaat u er
gewoon overheen.
Een wedstrijd bestaat uit een aantal zogenaamde non-stop's. Deze moeten van
begin tot einde worden afgelegd zonder dat de grond met iets anders dan de
banden wordt geraakt. Een voetje aan de grond is uit den boze en levert een
strafpunt op. Ook moet de motor een voorwaartse richting blijven aanhouden.
Stilstaan - een soort sur-place - is toegestaan maar achteruitrijden dus niet.
Meer dan drie strafpunten in een non-stop levert het maximale aantal van vijf
strafpunten voor die non-stop op. Wie aan het eind van de wedstrijd het minste
aantal strafpunten heeft behaald mag zich winnaar noemen.
Bekende trialrijders zijn Sammy Miller en Martin Lampkin. In Nederland is
Henk Vink diverse keren kampioen geweest voordat hij zich toelegde op sprint
(zie hierboven).
Motorcross
Motorcross is een vak apart. De motoren die er voor worden gebruikt behoren
tot de sterkste machines die er ooit in hun cilinderinhoud werden gemaakt. Een
combinatie van een zeer hoog vermogen met een verschrikkelijk koppel maken deze
machines tot bepaald niet de gemakkelijkste motoren om te berijden. De eerste
drie versnellingen zijn puur terreinversnellingen. De kracht die uit deze
motoren komt is zo bruut dat ze in staat zijn om tot ongeveer een snelheid van
70 tot 80 kilometer per uur een supersport motor er uit te rijden. Tot de assen
in de blubber ploeteren ze nog voort. Waden door water dat tot aan de rand van
de filterbak reikt malen ze zich door een sloot. Staand op de pedalen brult hij
zich een weg dwars over het talud van een viaduct, een hoek van 45° omhoog en
60° naar beneden is geen probleem. Meer dan manshoge springbulten worden genomen
om soms tientallen meters er achter weer neer te komen. En zelfs waar een tank
niet meer kan rijden vindt hij nog de weg. Hij is het meest terreinwaardige
voertuig dat ooit is gebouwd en hiermee is geen enkele andere motor te
vergelijken.
In de motorcross worden zowel tweetakt als viertakt motoren gebruikt. Vroeger
waren het twee aparte klassen, de 2 en viertakt, maar nu nadat de viertakten
lange tijd vrijwel uit het beeld zijn verdwenen zijn ze terug en bij elkaar
gevoegd naargelang de cilinderinhoud. Hoe gruwelijk sterk crossmotoren zijn
bewijzen de tot 75 pk sterke 500 cc tweetakten die door hun enorme kracht
vrijwel uit de competitiecross is verdwenen. Hij raakt de grens van een
motorfiets die te sterk is en kan slechts door erg technische rijders worden
bereden. Alle crossmotoren zijn eencilinder motoren, of het nu een twee- of
viertakt is. Grofweg zijn er de volgende klassen:
- Tweetakt: 65, 85, 125, 250 en 500 cc
- Viertakt: 250 en 450 cc
De enige tweecilinders in de motorcross vindt men in de zijspanklasse. Het
Oostenrijkse KTM heeft ooit twee 500 cc tweetakt blokken samengevoegd tot een
1000 cc tweecilinder tweetakt die daarmee het dubbele vermogen kreeg.
Het ding had maar liefst 140 pk en een koppel dat buiten alle proporties was.
Maar dat mag ook wel, hij moet buiten twee personen ook nog eens die bak
meesleuren en is daarmee in verhouding nog slechter af dan een solo 500 cc
machine met één berijder er op.
Crossers zijn heel basale motoren: geen spiegels, geen licht, geen
elektrische start, geen accu, geen richtingaanwijzers, geen steun, geen kuip,
geen ruitje. Gewoon een frame met een voor en achtervork, zadel, stuur, tank,
filterbak, twee spatborden en een motorblok, dat is het wel zo'n beetje. De
motoren zijn licht, een moderne 500 cc tweetakt weegt 105 kilo, een 125 cc
machine weegt rond de 98 kilo. De bijzonderheid van deze motoren is hun bouw,
hoog op de poten met een veerweg van 30 cm. De vering van een crossmotor is
buitengewoon geavanceerd en van alle kanten instelbaar. Niet alleen de
spiraalveren in de vorkpoten en de monoveer van de achterdemper bepalen zijn
gedrag, ook is de olie en gasdemping in zowel de ingaande als uitgaande slag
zeer fijn af te regelen. De reden hiervoor is om de motor precies aan zijn
berijder en het terrein waar hij op dat moment rijdt aan te passen. Zelfs midden
in een wedstrijd tussen twee manches in als het zou gaan regenen en de
ondergrond anders reageert is de motor daar snel en simpel voor af te stellen.
Vaak is er zelfs niet eens gereedschap voor nodig.
Een andere factor wat de crossmotor een klasse apart maakt is zijn frame,
licht en buitengewoon sterk. De klappen die een motorcrossframe tijdens een
wedstrijd krijgt te verduren is met geen enkele andere mechanische sport te
vergelijken. Nooit mag hij scheuren of nog erger, breken. Zelfs het stuur van
een crossmotor is speciaal voor deze sport berekend. Breed en op de rijder
instelbaar, sterk genoeg om de motor de bocht om te dwingen, maar soepel genoeg
om klappen op te vangen en niet te breken. Toch ook weer taai genoeg om niet te
verbuigen. Ze zijn meestal van een speciale aluminium legering gemaakt.
De moderne vloeistofgekoelde motoren die er onder hangen zorgen voor veel
vermogen dat in weer en wind beschikbaar is. Grofweg is de vermogensverdeling
ongeveer als volgt:
2-Takt:
65 cc: 18 pk / 12.500 rpm
85 cc: 30 pk / 12.000 rpm
125 cc: 42 pk / 11.500 rpm
250 cc: 59 pk / 8000 rpm
500 cc: 64 pk / 8000 rpm (is niet meer in productie)
4-Takt:
250 cc: 42 PK / 9500 rpm
450 cc: 56 PK / 9000 rpm
Als men dit wil vergelijken met bijvoorbeeld een viercilinder supersport van
1000 cc en 150 pk, dan moet men het aantal cc's delen door het aantal cilinders.
Dat wordt dus 250 cc per cilinder. Dan moet men het aantal cilinders delen op
het vermogen. Dat wordt 37,5 pk per cilinder van 250 cc viertakt. Een 125 cc
crosser is dus in verhouding veel sterker, hij heeft 7.5 pk meer op een cilinder
van 125 cc waar hij er dan ook nog maar een van heeft. Een vergelijking als deze
is technisch gezien nooit helemaal goed en eerlijk, maar het geeft wel een heel
goed inzicht voor een leek dat er met dat simpel ogende crossertje bepaald niet
kan worden gespot.
Een jongen van 14 jaar rijdt normaliter in de 125 cc klasse en vergeleken een
volwassen man van ruim een keer zo sterk en zwaar als de jongen rijdt de jongen
in verhouding op heel wat meer motorfiets, dan zijn vader op de 1000 cc
viercilinder supersport. Dan hebben we het nog niet eens over een beul van een
500 cc crosser of de nog grotere viertakt beulen die meer weg hebben van een
tank dan een motorfiets. De crossmotor bereikt dit door zijn enorme
compressieverhouding. Is een samenpersing van 1:7 voor de gemiddelde straatmotor
normaal, bij een crossmotor spreken we als snel over 1:9 of 1:9,5, bij de
viertakten zelfs over 1:10,5!
Vroeger was het zo dat de viertakten veel zwaarder in het gewicht waren en
aanmerkelijk minder vermogen leverden. Ze waren geen partij voor de tweetakten
en daarom werden ze gescheiden in aparte klassen.
Uiteindelijk verdween de viertakt geheel uit de motorcross. Toch in de enduro
ging de ontwikkeling van de viertakt door, al was het maar omdat ze veel minder
benzine verbruikten, dat een keer minder tanken en dus een tijdwinst is op de
tweetakten. Hierdoor konden de viertakten in de enduro de tweetakt
beconcurreren.
De viertakt werd lichter en sterker. Grote stappen in het vermogen werden
genomen bij de vloeistof gekoelde viertakten. De stappen werden nog groter toen
men in de plaats van de gebruikelijke 2 kleppen per cilinder overstapte op 4
kleppen per cilinder. Het resultaat was een gek genoeg lichtere motor omdat 4
kleinere kleppen lichter zijn aan te sturen dan 2 grote en ze veel minder ver
open hoeven worden geduwd. Het vermogen vloog omhoog en het brandstofverbruik
omlaag. Eind negentiger jaren kwam de viertakt weer terug in de motorcross.
Amper zwaarder en bijna net zo sterk konden ze met hun van nature hoger
koppel bij lager toeren de tweetakten beconcurreren. Yamaha maakte als eerste de
stap en maakte weer een echte viertakt crossmotor die uit voorraad leverbaar was
voor amateur en professional. Later gevolgd door Honda. De anderen zullen
waarschijnlijk wel moeten volgen.
Een crossmotor is een geavanceerd stuk techniek volgens het aloude KISS
principe gemaakt: Keep It Simple Stupid! Hou de machine eenvoudig zodat
hij betrouwbaar en in geval van pech snel ter plaatse is te repareren.
Motorcross is een mooie, maar zware sport. En ondanks de risico's met
dergelijke sterke en gemene motoren en zwaar terrein dat voor verreweg de meeste
voertuigen onbegaanbaar is, is het aantal blessures in deze sport percentsgewijs
op het aantal beoefenaars bij lange niet te vergelijken met het populaire
voetbal. De kameraadschap en solidariteit onder motorcrossers is bijna uniek te
noemen, zelfs in het rennerskwartier tussen de manches van de wedstrijden.
Enduro en Rally
Enduromotoren zijn feitelijk crossmotoren welke zijn voorzien van de minimaal
wettelijk verplichte verlichting en spiegels en een wettelijk goedgekeurd
kenteken. De wellicht bekendste machines zijn de Honda XR serie (XR
250/400/600/650), KTM LC4 en Husqvarna's. Dit zijn allemaal viertakt motoren die
vanaf de fabriek al aan de wettelijke norm voor het kenteken voldoen en dus ook
nieuw met kenteken worden verkocht. Maar ook competitie crossmotoren kunnen
hiervoor worden omgebouwd. Merken als KTM en Husqvarna, van oudsher de twee
grote merken op het endurogebied, leveren ook tweetakt motoren met kenteken. Dit
zijn dus feitelijk motorcross machines, alleen door de fabriek al klaargemaakt
en met kenteken verkocht. Technisch zit er op de aanwezige verlichting na weinig
verschil tussen enduro of crossmotoren, behalve bij enduro's het grotere aantal
versnellingen. Ze lijken in uiterlijk dus ook veel op elkaar.
Enduro is een vorm van lange-afstands motorcross waarbij men ook stukken over
de openbare weg moet afleggen, vandaar de noodzaak van verlichting en het
kenteken. Er wordt niet over een circuit gereden en van rondes is dus geen
sprake. Een Enduro wedstrijd beslaat meestal meerdere dagen en bestaat per dag
over trajecten die over de openbare weg voeren, en waar men zich dus aan de
geldende verkeersregels moet houden, afgewisseld met zogenaamde proeven
waar men als een echte motorcrosser een oefening zo snel mogelijk moet afleggen.
Eventuele technische mankementen moeten door de rijder zelf worden verholpen.
Lukt dit niet dan ligt hij uit de race. Vervanging van onderdelen en hulp van
buitenaf is maar zeer beperkt toegestaan.
Een beroemde wedstrijd is de internationale zesdaagse die als heel lang
jaarlijks door een ander land wordt georganiseerd.
De rally is een heel ander verhaal. Vrijwel zonder uitzondering zijn dit
viertakt motoren. Ze komen voort uit enduromotoren en zijn speciaal voor zeer
lange en zware terreinraces aangepast. Wat meteen bij het zien van de rallymotor
opvalt is zijn grote voorraad benzine, meestal verdeeld over drie of vier tanks
welke optisch op twee tanks voor en achter het zadel lijken, maar inwendig ook
nog tussen links en rechts zijn verdeeld. Dit doet men om het heen en weer
klotsen van een grote hoeveelheid benzine en dus gewicht te voorkomen.
Rallymotoren zijn vaak uitgerust met schijnwerpers voor nachtelijke ritten wat
in de enduro normaliter niet voorkomt. Ook zijn rallymachines uitgerust met GPS
navigatie, roadbooks waar al dan niet op elektronische weg de routekaarten in
zitten, een drinkwatertankje, gereedschap en enkele onderdelen. Rally’s worden
vooral in woestijnen gereden, de bekendste is de jaarlijks in januari verreden
Dakar-rally.
De motoren zijn groot, log en zwaar en vereisen veel en langdurige
concentratie om ze in terrein te berijden. Technisch gezien zijn het de meest
geavanceerde motoren die er bestaan. De motor moet blijven werken en ook zijn
berijder in leven houden. KTM is de enige fabrikant die een rallymotor standaard
in zijn programma heeft. De anderen worden door fabrieksteam speciaal gemaakt of
soms door een privé-rijder. De wedstrijden vinden meestal in meerdere dagen
plaats waarbij elke dag een etappe wordt gereden. Deze etappes zijn al snel meer
dan 250 kilometer tot soms wel 700 kilometer op een dag. Een soort superlange
enduro, vandaar ook de speciale aanpassing van de motoren.
Motorsport
Enduro
enduromotoren zien er uit als crossmotoren, maar voldoen wel aan de
wettelijke eisen voor rijden op de openbare weg en ze hebben dus ook een
kentekenbewijs. De enduro sport kent een Nederlands kampioenschap dat uit tien
wedstrijden per jaar bestaat. De wedstrijdvorm lijkt op de rallysport voor
auto's; de deelnemers rijden niet tegen elkaar, maar tegen de stopwatch. Er
worden meerdere ronden van 60 km of meer over een grotendeels onverharde,
bepijlde route afgelegd, waarbij men binnen een tijdschema moet blijven. In elke
ronde zitten meerdere 'proeven' (special tests) welke zo snel mogelijk dienen te
worden afgelegd. De totaaltijd over deze proeven bepaalt veelal de
wedstrijduitslag. Ook bestaan er Quads. Dit zijn motorfietsen met 4 wielen.
Oldtimers
Een soort motoren (en hun berijders) die ook nog genoemd kan worden is de
oldtimer. Vanaf ca 20 jaar valt een motor in die categorie. Motoren vanaf 25
jaar hebben vrijstelling van motorrijtuigenbelasting. Vaak gaat het om machines
voor op de weg, maar ook zijn er liefhebbers van racemotoren waar vaak nog mee
geracet wordt. Een enkele keer kom je een oude crosser tegen. De zogenaamde
jonge oldtimers worden vaak nog dagelijks gebruikt. Dat kan ook, want er is een
levendige handel in onderdelen. Voor machines van voor de oorlog kan dat lastig
zijn/worden. Dat neemt niet weg dat er talloze prestatieritten zijn waar men aan
de start komt met motoren van ca. 1920!
De oldtimer rijders vormen een subcultuur binnen de motorrijderswereld. Op
allerlei grote en kleine beurzen ontmoet men elkaar, evenals via internet
natuurlijk. De bereidwilligheid om elkaar te helpen is enorm. Als er maar over
oude motoren gepraat kan worden en gesleuteld!
Zijspannen
zijspanrit met gehandicapten
|
|
|
Net zoals men de oldtimer als een klasse apart kan beschouwen, is het
zijspanrijden een totaal andere motorervaring. Het stuurgedrag is bijvoorbeeld
totaal anders. Zijspannen vind je overigens op zowat alle eerder vermelde
categorieën, van scooter (jawel: Vespa met sidecar!) over crossmotor tot
Tourbak, met misschien als enige uitzonderingen de maxiscooter (al zal daar
eerlang ook wel een span bij opduiken). Bekend zijn hier de bijzondere
liefdadigheidstreffens, bijvoorbeeld rondritten met gehandicapten. Naast de
gewone "moderne" zijspannen is er ook in de zijspanwereld een groep oldtimers
actief. Men kan hier bijvoorbeeld denken aan vooroorlogse zijspannen, soms zelfs
rieten of houten manden. Bekend en geliefd zijn in deze categorie de zijspannen
die door hun design doen denken aan klassieke tijden (bijvoorbeeld de zijspannen
van het merk "Steib"). Doorgaans bevindt het zijspan zich aan de rechterkant van
de motor. Uiteraard zijn er ook zijspannen links gemonteerd (Denk aan
Groot-Brittannië). Er bestaan meesturende zijspannen, waarbij het wiel in een
bocht meestuurt en/of meehelt (bijvoorbeeld het Amerikaanse oldtimerspan
FlexiCar), meetrekkende zijspannen, waarbij het zijspanwiel ook aangedreven
wordt (bijvoorbeeld de Wehrmacht-BMW en diens afgeleiden Ural en Dnjepr) en
meeremmende zijspannen, waarbij op het zijspanwiel ook geremd wordt, meestal
samen met het motorachterwiel. Een extra bijzonderheid is het dubbele zijspan,
feitelijk niet meer dan een curiosum, waarbij aan beide zijden van de motor een
vrij smal span is bevestigd met onderaan een klein meeloopwiel. De bedoeling zou
(geweest) zijn dat, als de motor rechtdoor rijdt en dus rechtop blijft, beide
meeloopwielen iets boven de grond zouden blijven, en in de bochten zou dan
telkens slecht één van beide spanwielen werkelijk mee"rijden".
Motorrijderscultuur
Motorrijden is voor veel mensen niet zozeer een hobby als wel een
levenswijze. De wereld van de motorrijder kenmerkt zich door eigen gewoonten en
een zekere eigen cultuur.
Zo is er de motorgroet. Als motorrijders elkaar tegenkomen, zullen ze elkaar
groeten (met de hand, de voet of bijvoorbeeld door met hun lichten te
knipperen). Dit is een teken van solidariteit onder de motorrijders zelf, omdat
zij samen de vaak gure weersomstandigheden doorstaan, omdat zij dezelfde
situaties meemaken waar sommige autorijders hen pas op het laatste ogenblik zien
en hen hartkloppingen geven (of de rijder helemaal niet zien, met de bekende
gevolgen). Niet elke motorrijder kent tegenwoordig nog die solidariteit.
Zo is er ook de passie van de motorrijder voor zijn motor, of eigenlijk
kortweg voor alles dat een motor heeft (en zich sneller dan 20 km/u kan vooruit
begeven natuurlijk).
Op de pagina motortaal staan een aantal technische uitdrukkingen en woorden
die specifiek met motorrijden te maken hebben. In het motorrijderwoordenboek
staan spot- en bijnamen en woorden die in de motorrijdercultuur een eigen
betekenis hebben.
| |
Vervoermiddelen |
|
|
|
bron : Wikipedia
|
|